Strips

 

Strips brengen - in tegenstelling tot films - een verhaal met relatief weinig beelden. De dialogen in de tekstballonnetjes zijn steeds kort en krachtig.
Deze methode van vertellen maakt dat bepaalde ideeën ook weinig genuanceerd worden, dat alles noga wit-zwart wordt weergegeven.

De Arabier wordt voorgesteld als tchouk-tchouk (van tasouk of koop je?), of als onbetrouwbare slavenhandelaar.
Regelmatig bevestigen strips bepaalde vooroordelen. Arabieren kennen geen zeep? Elders zagen we hoe de zeep afkomstig is van de Arabieren.



Het sierlijke Arabische schrift wordt door de striptekenaar niet altijd au sérieux genomen.

Vanaf eind jaren zestig kwam het thema olie meer en meer in de aandacht. We zien dan vele rijke oliesjeiks opduiken.

In de periode van 1970 tot nu merken we een lichte vervlakking van de stereotypering van Arabieren in strips.
Dit meestal onder druk van de kritische lezers.
Maar een aantal typeringen over de harem en de slavinnenhandel blijven populair.

Kuifje: de sigaren van de farao, 1955, Hergé, vuile Arabieren?

 

Racisme in de strip behoort stilaan tot het verleden, al lijkt dat soms het gevolg van het taboe dat op dit
thema rust.

Opvallend is ook dat onze Vlaamse stripmakers geen rol toebedelen aan de hier levende migranten.
Slechts vaag op de achtergrond fungeren ze als decorstuk.

Het valt te betreuren dat een groep mensen bewust (of onbewust?) wordt geweerd als actieve
stripfiguur. In Frankrijk vinden we wel voorbeelden van wat men strip-beur noemt, strips met (en soms
gemaakt door) migranten. Deze strips geven een meer realistische kijk op de Arabische leefwereld.





© Jeugd & Vrede - Brussel - Van algebra tot pyjama - september 2001